De relatie tussen genen en gedrag

Waarom doen honden wat ze doen, en hoe ontstaat probleemgedrag? Op deze vraag valt geen eenduidig antwoord te geven, omdat gedrag erg complex is en er vaak meerdere factoren een rol spelen (zie ook het artikel De schuld van de eigenaar?). Eén van die factoren is de genetische aanleg. In dit artikel wordt de invloed van de genen op het gedrag besproken.

Genen als blauwdruk

Een hond beschikt over ca. 20.000 genen. Die genen bepalen niet alleen uiterlijke kenmerken zoals welke kleur en welk vachttype een hond heeft, maar kunnen ook een grote invloed hebben op het gedrag van de hond. Een bekend voorbeeld hiervan is het experiment van Belyaev met zilvervossen. Door systematisch te selecteren op tamheid nam het aantal agressieve zilvervossen in de loop van 35 generaties met maar liefst 70-80% af, en ontstonden er vossen die gedrag vertoonden dat vergelijkbaar was met dat van honden.

Motor patterns

Een vergelijkbare selectie op gewenste gedragseigenschappen heeft ook bij honden tot een grote variatie in gedrag geleid. Zo heeft men door te selecteren op specifieke onderdelen van het jachtgedrag van honden (zogenaamde “motor patterns”) in de loop der tijd rassen gecreëerd die uitblinken in een bepaalde taak. Onderzoeker Ray Coppinger verdeelt dit jachtgedrag in de volgende elementen:

 

ZOEKEN – FIXEREN – BESLUIPEN – NAJAGEN – VASTPAKKEN – DOODBIJTEN


Bij Border Collies zijn het fixeren en besluipen van de prooi versterkt, maar het doodbijten van een prooi juist verzwakt om te voorkomen dat de hond de schapen aanvalt en doodt. Bij Retrievers is het zoeken en vastpakken uitvergroot, en bij honden die werden ingezet om te vechten is geselecteerd op het vastpakken en doodbijten. Zo zijn er tussen rassen grote verschillen ontstaan in gedrag.

Karakter

Naast deze specifieke werkeigenschappen is ook het karakter van een hond deels genetisch bepaald. Bij honden onderscheiden onderzoekers de volgende vijf factoren die in grote lijnen het karakter vormen:

 

1: speelsheid

2: nieuwsgierigheid/onverschrokkenheid

3: neiging tot najagen

4: sociabiliteit

5: agressiviteit

 

Anderen noemen ook eigenschappen als trainbaarheid in het rijtje met erfelijk bepaalde karaktertrekken.

Afwijkend gedrag

Genen kunnen ook een rol spelen in het ontstaan van afwijkend gedrag. Bij Pointers komen bijvoorbeeld lijnen voor die extreem angstig zijn, en ook bij andere rassen lijkt angstigheid sterk genetisch bepaald. Bovendien komen sommige vormen van afwijkend gedrag relatief vaker voor binnen bepaalde rassen, wat ook duidt op een genetische oorzaak. Voorbeelden daarvan zijn het dwangmatig staartjagen bij Bull Terriërs en mogelijk ook het zogenaamde Rode Cocker Syndroom bij Spaniels, wat door een erfelijk tekort aan serotonine lijkt te worden veroorzaakt.

Nature vs. nurture?

Uiteraard moet niet vergeten worden dat ook omgevingsfactoren een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van probleemgedrag. Zo kan het niet kunnen uitvoeren van een aangeboren gedragseigenschap leiden tot ongewenst gedrag. Denk bijvoorbeeld aan een jachthond die lichtjes of schaduwen gaat najagen, een Labrador die kussens in de bek pakt of een Border Collie die de kinderen bijeendrijft. Wanneer deze honden de mogelijkheid wordt geboden om hun natuurlijke gedrag te kunnen vertonen door bijvoorbeeld met de hond te gaan speuren, apporteren of treibballen, kan dat het probleemgedrag doen afnemen.

 

Anderzijds hoeft een genetisch bepaalde neiging tot bijvoorbeeld bezitsagressie niet tot problemen te leiden wanneer er nooit iets wordt afgepakt maar er voor iets lekkers wordt geruild. Of en hoe sterk bepaald gedrag tot uiting komt blijft dus altijd een samenspel tussen genen en omgeving.

Niets aan te doen?

Ook is het niet zo dat een gedragsprobleem waar een genetische basis aan ten grondslag ligt per definitie onoplosbaar is. In veel gevallen zal het echter wel moeilijker zijn om dit gedrag om te buigen, en bij sommige problemen, zoals extreme angst, zal medicatie noodzakelijk kunnen zijn. De voorkeur gaat dus uit naar het voorkomen van dergelijke problemen. Dit begint uiteraard bij de selectie van de ouderdieren, waarbij gedrag nog te vaak ondergeschikt wordt gemaakt aan uiterlijk. Door kennis te nemen van de raseigenschappen, een pup te kiezen die qua karakter het beste bij de eigenaar en zijn gezin past en tegemoet te komen aan de behoeften van de hond kan ook voorkomen worden dat er problemen ontstaan.

Conclusie

Gedrag is deels genetisch bepaald. Door te selecteren op bepaalde gedragselementen zijn raseigenschappen ontstaan, en ook karakter en sommige vormen van afwijkend gedrag liggen besloten in de genen. Of en hoe dit gedrag tot uiting komt, en of het een probleem wordt, is mede afhankelijk van de omgeving. Een gediplomeerd gedragsdeskundige kan inschatten of er een genetische basis aan het probleemgedrag van uw hond ten grondslag ligt, en kan op maat advies geven over mogelijke oplossingen.

Bronnen

Berg, Linda van den, "Genetics of dog behavior", in: Serpell, J. (ed.). The domestic dog: its evolution, behavior and interactions with people  (2017) pp. 69-93

 

Coppinger, R. & Coppinger, L. Dogs: a new understanding of canine origin, behavior, and evolution  (2001)

 

Heuzer, A. "Hoogrisicohond: in de genen en in de eigenaar", Dogzine (13-11-2016)

 

Landsberg, G., Hunthausen, W. & Ackerman, L. Behavior problems of the dog and cat  (2012)

 

Rawlinson, S. "Cocker rage syndrom", Doglistener (09-04-2006)

 

Spady, T.C. & Ostrander E.A. "Canine behavioral genetics: pointing out the phenotypes and herding up the genes", American journal of human genetics 82.1 (2008) pp. 10-18